Toen ik vroeg hoe ze de kennismaking had ervaren met het andere gezin kwamen de tranen – een coördinator van Buurtgezinnen vertelt

Op de vraag hoe ze de kennismaking had ervaren met het andere gezin bleef het even stil. Toen kwamen de tranen. Niet omdat de kennismaking niet goed was geweest, maar juist omdat het zó fijn was. ‘Ze leken me hele lieve mensen en echt een warm gezin. Dat voelde goed, maar was ook confronterend.’

De moeder had een aantal maanden geleden een punt achter de turbulente relatie gezet en probeerde haar leven samen met haar zoontje weer op de rit te krijgen. Ze had plannen en zette met vallen en opstaan stappen in de goede richting. Maar op zo’n dag als vandaag, waarin het 30 graden was en haar zoontje met geen mogelijkheid naar bed wilde en zij de opvoeder was die die strijd aan moest gaan, voelde ze de grond weer onder haar voeten wegzakken.

‘We zijn dit ook niet altijd geweest hè?’, zei de steunmoeder later met zichtbaar medeleven. Ze kon zich dat gevoel zo goed voorstellen. Toen ze midden twintig zwanger raakte, stond ze er ook alleen voor. De biologische vader van haar zoontje heeft nooit een actieve rol in hun leven gespeeld. ‘Ik weet nog hoe pijnlijk ik het vond om trotse vaders met een kinderwagen te zien op straat. Daar kon ik echt boos en verdrietig van worden.’

Jaren later kwam ze haar huidige man tegen en nu vormen ze met z’n drietjes een warm en hecht gezin. Ze doen samen bordspelletjes, houden van sporten, zijn graag buiten in hun volkstuin en hebben laatst een mooie, verre reis gemaakt. Maar ze zal nooit vergeten waar ze vandaan is gekomen: ‘Ik had in die tijd veel lieve familie en vrienden in de buurt, buren die af en toe zeiden ‘geef hem maar even hier’. Wat had ik zonder hen gemoeten?’

Juist vanuit die ervaring zette zij de stap om steungezin te worden: ‘Ik wil graag iets betekenen voor een moeder die net als ik haar weg probeert te vinden. In de wetenschap dat het niet voor altijd zo hoeft te blijven, maar je in dat moment vooral iemand nodig hebt die eventjes lucht biedt en naast je gaat staan.’